Welkom op DeurneWiki - de encyclopedie voor de gemeente Deurne

U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Keurboek van Deurne van 1525 tot circa 1665

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het keurboek van Deurne van 1525 tot circa 1665 is een van de oudste bewaard gebleven dorpsreglementen, waarin nauwkeurig bepaald werd, waaraan de inwoners van Deurne zich hadden te houden en welke boete er stond op overtreding van het betreffende wetsartikel.


Jaarlijks werd op 17 maart, de feestdag van Sint-Geertrui, op Vreekwijk dit wetboek met de keuren en breuken opnieuw rechtsgeldig verklaard met eventueel nieuw toegevoegde wetsbepalingen.

Dit keurboek bevindt zich in het gemeentearchief van Deurne.[1]

Onderstaand volgen alle artikelen uit dat keurboek, vrij omgezet naar tegenwoordig taalgebruik.

  1. Iedereen moet in de Peel bij aan aansteken van een nieuw peelveldje aansluiten op de oude kuilen, waar hij gewend is te steken. Men mag door een nieuw peelveld het peelveld van anderen niet ontoegankelijk maken. Men moet na het steken de banken die het nieuwe turfveld van de oude turfvelden scheidt, doorsteken en egaliseren. Wie willekeurig in de Peel een nieuw turfveld wil gaan steken zonder zich aan genoemde voorschriften te houden krijgen telkens een boete van een goudgulden.
  2. Wie in het peelveld van iemand anders gaat turf steken krijgt een boete van een goudgulden.
  3. De wegen die naar de Peel leiden moeten twee roeden breed blijven.[2] Wie door zijn toedoen zorgt dat de weg niet meer breed genoeg is, krijgt een boete van drie gulden en de weg moet op zijn kosten weer op breedte gemaakt worden.
  4. De wegen in de Peel moeten .. rijen breed blijven. Wie de weg stuk maakt moet die herstellen en krijgt telkens een boete van 23 stuivers.
  5. Niemand mag op zijn turfveld meer steken of laten dan voor de behoefte van het eigen gezin. Wat teveel wordt gestoken komt toe aan de officier[3] en mag worden uitgedeeld aan de noodlijdenden.
  6. Wie turf steekt of opstapelt op de wegen naar en van de Peel krijgt een boete van twee peters.[4]
  7. Niemand mag in het volgende jaar zijn turfveld op meer drie voeten lang en zes voeten breed van zijn oude turfveld beginnen. Boete een goudgulden.
  8. Niemand mag gebruik maken van de Peel zonder toestemming van de raad van gezworenen. Op de Haageindse Bergen mag niet worden gemaaid. Boete twee peters.
  9. Er mogen geen buitendorpse karren, paarden of andere werktuigen in de Peel komen om af te voeren. Boete 1 goudgulden.
  10. Niemand van buiten het dorp mag in de Peel turf steken of laten steken op straffe van beslaglegging op de turf en 20 gulden te betalen aan de heer van Deurne, zowel door degene die turf steekt als de opdrachtgever.
  11. Wie van buiten het dorp turf komt steken of met voertuigen komt om turf af te voeren krijgt een boete van twee goudguldens.
  12. Men mag niet verder in de Peel komen dan tot waar het is afgebakend. Boet van twee goudguldens.
  13. Men mag ook niet turf steken of maaien in de Peel van de Wittedijk tot de Haageindse Bergen totdat in de kerk wordt afgeroepen dat dit gebied wordt vrijgegeven op straffe van drie gouden peters.
  14. In het jaar 1577 is bepaald dat, wanneer in de kerk wordt afgeroepen dat er geen rundvee in de Peel mag komen, op elke overtreding een boete van een peter staat.
  15. Zij die niet zaaien, maaien of gebruik maken van de gemene gronden hoeven niet te graven of turf te vervoeren. Alle anderen moeten dat zonder uitzondering wel doen.
  16. In het jaar 1525 is bepaald dat iedereen die uit het dorp vertrekt, voor Pasen de turf van zijn turfveld moet hebben geruimd op straffe van beslaglegging op de turf.
  17. Borgemeesters mogen zonder toestemming geen turfvelden of andere zaken van de gemeente, waarover enig geschil zou kunnen ontstaan, uitgeven.
  18. Door de gemeenschap is bepaald dat in de Peel tussen Liessel en de Soeij geen turf mag worden gestoken voor, tijdens of na het zaaien van de boekweit tenzij in de kerk van Deurne het betreffende stuk Peel wordt vrijgegeven. Dat is niet bepaald omdat men iemand uit de Peel wil houden maar om ervoor te zorgen dat de Peel door iedereen gelijkelijk kan worden gebruikt. Boete twee gouden realen.
  19. Wie de Peel in brand steekt krijgt een boete van tien oude schilden van ieder dertig stuivers.
  20. Niemand mag turf steken in het gemeenschappelijke weiland. Boete een goudgulden.
  21. Wie vuur aansteekt in de Peel en het 's avonds voor vertrek niet dooft krijgt een boete van tien oude schilden.
  22. Niemand mag meer graszoden steken dan voor zijn eigen behoefte en die vóór 1 oktober afvoeren. Boete vier stuivers.
  23. Niemand mag graszoden steken in het gemeenschappelijke weiland, Boete een peter.
  24. Niemand mag keutels oprapen op de gemene gronden, behalve op straat volgens oude gewoonte. Boete zes stuivers.
  25. Als men op de gemeente[5] het rundvee slaat of verwond of het vee ongewoon veel pijn laat lijden dan moet de eigenaar telkens een goudgulden boete betalen.
  26. Wie een op hol geslagen paard op de gemeente aantreft, die moet dat vangen zodat het geen schade kan aanrichten. Boete zes stuivers.
  27. Iedereen moet zijn varken op de openbare weg van een neusring voorzien zodat het daar geen schade kan aanrichten. Boete twee stuivers.
  28. Men mag het varken niet los laten lopen zonder dat een begeleider bij is, zodat het niemand schade kan doen. Boete vijf stuivers. Behalve dat de eigenaar eventuele schade moet vergoeden mag het varken door iedereen geschut worden, op voorwaarde dat het (tegen betaling van boete) aan de eigenaar wordt teruggegeven. Deze bepaling is van 17 maart 1646.
  29. Wie leem graaft of laten graven op de gemeente moet de kuilen daarna weer dichtgooien. Boete een goudgulden.
  30. Men mag op de gemeente zijn vlas of hennep niet roten op een afstand van meer dan twee roeden (dat is ruim elf meter) van het eigen erf. Boete drie goudguldens.
  31. Niemand mag meer graszoden steken dan hij zelf nodig heeft. Blijven er nog zoden op het veld liggen dan krijgt hij een boete van een gulden.
  32. Niemand mag op een afstand van minder dan twee roeden van een zandvlakte graszoden steken. Boete twintig stuivers.
  33. Niemand mag op de gemeente zand halen zonder dat afgestoken graszoden daarna weer teruggezet worden. Boete een Philipsgulden.
  34. Niemand mag op grond van de gemeente gebouwen neerzetten, met uitzondering van open schoppen op mikken zonder platen en stokken, of daarin graven. Boete vijf carolusgulden.[6]
  35. Niemand mag sloten dempen om daardoor zijn land te vergroten. Boete als voor.
  36. Niemand mag aan de openbare straat of aan de gemeentegrond gebouwen zetten zonder vooraf te hebben aangetoond dat de grond van hem is. Boete als voor.
  37. Niemand mag anderen zodanig hinderen dat zij niet gemakkelijk bij hun turf(veld) kunnen komen. Boete drie gulden.
  38. Men mag geen turf steken op het turfveld van iemand anders zonder toestemming van de gemeente. Boete zes gulden.
  39. Bij overtreding van het vorige artikel vervalt de turf aan de heer van Deurne.
  40. Als iemand meer dan een turfveld heeft dan mogen de peelmeesters de overige turfvelden afnemen en toewijzen aan iemand die geen veld heeft.
  41. Als iemand het turfveld van een overledene krijgt en dat wil houden dan moet hij dat bij de peelmeesters melden. Boete 18 gulden.
  42. Als er voor of na zonsondergang karren of wagens van niet-Deurnenaren in de Peel worden aangetroffen om daarmee turf af te voeren dan geldt voor iedere kar een boete van twee goudguldens.
  43. Zoals vanouds vaker bepaald is, geldt dat achter Arenbroek bezijden van de zandweg richting de Heitrak geen turf mag worden gestoken of kuilen mogen worden gegraven zonder toestemming van de heer of degene die de gemeente regeert. Boete twee goudgulden.
  44. Wie op zijn peelveld ronde kuilen maakt en die na afloop niet doorsteekt krijgt een boete van een goudgulden.
  45. Half maart 1621 is door de heer met algemene instemming bepaald dat iedereen zijn sloten, die aan de Peel grenzen, moet uitgraven en openhouden en dat die op een afstand van drie voet (85 centimeter) van de peelwegen moeten liggen. Boete zeven stuivers.
  46. Iedereen moet zijn peelkuilen zo afgraven dat het water naar de sloot wegkan.
  47. Niemans mag op de heide of in de heivennen (door uitbaggeren) turf maken. Boete vier stuivers.
  48. Niemand mag meer hei maaien dan hij zelf nodig heeft. Boete twee petersgulden voor iedere overtreding.
  49. Niemand mag hei maaien op een afstand van minder dan twee roeden van een zandvlakte. Boete tien stuivers.
  50. Als het maaien van hei in de Peel is toegestaan dan mag dat niet gebeuren voor zonsopkomst of na zonsondergang. Boete vier stuivers
  51. Als men hei maait waar dat verboden is geldt een boete van twee petersgulden.
  52. In de Peel geldt dan bij iedere overtreding vier stuivers boete.
  53. Niemand mag de hei tot op de grond afmaaien. Bij iedere overtreding geldt een boete van zes stuivers aan de heer of aan de gezworenen.
  54. De hei mag niet met een zeis gemaaid worden. Boete 4 stuivers.
  55. De gemaaide hei moet binnen drie weken worden afgevoerd. Boete zes stuivers.
  56. Wie hei maait en die niet voor zichzelf gebruikt of geen land bezit krijgt een boete van negen stuivers.
  57. Niemand mag hei maaien vanaf het Cobisven tot zover het groen is en zoals dat is aangegeven. Boete een goudgulden.
  58. Niemand mag zijn hei weggeven of gedeeltelijk verkopen. Boete voor zowel koper als verkoper een petersgulden.
  59. Niemand mag de hei uit de grond trekken. Boete zes stuivers.
  60. Wie gaat maaien moet de hele dag zelf blijven maaien en mag zich niet laten vervangen door iemand anders tenzij er een wettige reden voor is. Boete zes stuivers.
  61. Als er toestemming is gegeven om op de hei te maaien of in de Peel te turven en de heer gaat met de gezworenen rond om daarop toezicht te houden dan mag niemand weglopen van het veld waarop hij eventueel illegaal aan het werk is. Mocht dat toch gebeuren dan is zijn buurman verplicht de wegloper aan te geven bij de heer en gezworenen. Boete een Bossche pond of een petersgulden.
  62. Niemand mag binnen de schaapstekenen graszoden steken. Boete twintig stuivers.
  63. Niemand mag in het groen maaien. Boete een goudgulden.
  64. Niemand mag binnen de schaapstekenen hei maaien. Boete een petersgulden.
  65. Niemand mag namaaien tenzij hij de wettige noodzaak daartoe bewijst en de gezworenen nogen niemand daartoe toestemming geven., Boete een goudgulden,
  66. Niemand mag hei maaien of graszoden steken tussen het lage huis van wijlen Vreijk en de Kwade Vennen. Boete 36 stuivers.
  67. Bij het maaien moet men minstens acht roeden (=45 meter) van iemands bebouwing af blijven. Boete een petersgulden.
  68. Wie minder dan zes lopenzaten (=ongeveer een hectare) akkerland heeft mag maar één dag per jaar hei maaien in de Peel op de plaats waar dat is toegestaan achter de grensaanduidingen. Boete 25 stuivers.
  69. Er mag niet worden gemaaid tussen de waterplas van jonker Evart tussen het dorp en de Bottel en ook niet van de hoek van de Kleine Bottel tot het stukje land van Jan de Bercker in de Strijp. Boete drie Bossche ponden.
  70. Wie hei maait op plekken waar meer gras groeit krijgt een boete van een Rijnlandse gulden.
  71. Wie hei maait buiten het toegestane gebied krijgt de boete zoals in deze wet is bepaald.
  72. Op 17 maart 1619 is door de heer met de gezamenlijke bewoners bepaald dat voortaan, nadat de hei tot het maaien of steken van graszoden is vrijgegeven, deze door de officier of borgemeesters wordt gecontroleerd en dat de overtreders van dit wetboek worden beboet.

    OVER DE STRATEN

  73. Niemand mag holle straten afgraven. Boete 22 stuivers, waarvan de helft voor degene die het misdrijf aangeeft.
  74. De eigenaar moet van zijn bomen de takken snoeien die boven de weg hangen. Boete zeven stuivers.
  75. Niemand mag op de openbare weg turfmijten hebben of hij moet die afbakenen. Boete negen stuivers.
  76. Ieder moet de openbare weg onderhouden die aan zijn land grenst. Boete negen stuivers.
  77. Wie wegens het niet onderhouden van de weg beboet is, wordt na verloop van tijd opnieuw gecontroleerd en dan wordt de boete telkens verdubbeld zolang de weg niet gerepareerd is.

    OVER DE SLOTEN EN BEKEN

  78. Niemand mag nieuwe sloten graven door de gemeentegrond. Boete negen stuivers.
  79. Niemand mag de akkerwegen doorgraven, afsluiten of versperren. De wegen moeten vanaf het wagenspoor minstens vier voeten (= 1,15 meter) breed blijven. In de akkerwegen mag desnoods een sleuf gegraven worden van hoogstens een voet en een voet breed. Wie een diepere sloot wil graven moet op zijn eigen grond en zes voeten van het wagenspoor blijven. Boete twintig stuivers.
  80. Wie dammen in de Aa of in andere stromende beken legt of met graszoden dichtgooit om vis te vangen en die niet weer opruimt krijgt een boete van een petersgulden.
  81. De gereedschappen en graszoden die daarbij gebruikt zijn, worden in beslag genomen. Boete een petersgulden.
  82. Alle sloten en beken die zijn gegraven en gedempt zijn moeten worden onderhouden en worden geschouwd. Boete achttien stuivers.

    OVER HET SCHUTTEN VAN VEE

  83. Iedereen die land heeft dat aan de gemeentegrond grenst moet zijn sloten zodanig maken dat gevangen genomen vee wordt geschut. Boete zeven stuivers.
  84. Als het vee van iemand schade toebrengt bij een ander dan moet de eigenaar zes stuivers betalen, namelijk een stuiver aan de heer en vijf aan degene die het in beslag genomen vee teruggeeft. Bovendien moet de eigenaar op een redelijke wijze de schade vergoeden.
  85. Iedereen die ten overstaan van de heer en het dorpsbestuur de eed afgelegd heeft, mag het vee schutten, waarbij de heer zijn rechten voorbehoudt.
  86. Het schutten in het groen (op weiden?) kost anderhalve stuiver. De oude schepers betalen een stuiver.
  87. Het schutten van vee uit Bakel, Milheeze of Vlierden kost een stuiver in het groen, maar als die van Bakel opzettelijk hij vee in de hei drijven kost dat telkens vijftien stuivers.
  88. Die van Vlierden betalen dan zeven stuivers.
  89. De oude schepers mogen geen schop bij zich hebben. Boete een stuiver.
  90. Inwoners van alle andere dorpen moeten bij het schutten negen stuivers betalen bij het afhalen van het vee van de schutplaats.
  91. Het schutgeld in de Ecker, de gemeijne beemden en de omgraven velden bedraagt vijf stuivers.
  92. Wie tegenover de heer de eed heeft afgelegd mag op de gemeente het vee schutten maar hij moet het vee naar de vrunte (het heerlijke domein?) brengen. Boete zeven stuivers.
  93. Niemand mag zijn schapen op de grond van een ander hoeden zonder toestemming van de eigenaar. Gebeurt dat toch dan mogen de schapen geschut worden voor twee stuivers per schaap.
  94. Dat geldt ook voor gemeentegrond die niet is vrijgegeven, met uitzondering van beemden, driesen en binnenvelden.
  95. Niemand mag op de grond van een ander zonder diens toestemming gewassen weghalen. Boete zes stuivers.
  96. Het schutten in het groen kost vijf stuivers.
  97. Niemand mag schapen, rundvee of paarden laten grazen op de beemden van de gemeente te Liessel na 30 april. Schutgeld tien stuivers.
  98. Als iemand met of zonder vee loopt over de grond van een ander, waar van oudsher geen publieke weg loopt, dan mag de grondeigenaar, zijn bediende of een ander hem beboeten met dertig stuivers.
  99. Van die boete is het derde deel voor de aanbrenger, een derde voor de heer en een derde voor de kerk.
    Aldus is besloten op 17 maart 1636

    OVER DE GEMEENTE EN ANDERE OVERTREDINGEN

  100. Niemand mag rundvee van buiten het dorp laten weiden op de gemeente van de heerlijkheid Deurne als hij niet onder ede wil getuigen dat het vee van hem is. Boete drie goudguldens.
  101. Niemand mag graszoden steken op de vrijgegeven gemeente buiten het gebied dat hem door een bevoegd iemand is aangewezen. Boeten 17½ stuiver en inbeslagname van de gestoken graszoden.
  102. Niemand mag op de gemeente zijn paarden of rundvee met een touw vastzetten. Boete vijf stuivers.
  103. Men mag op de gemeente alleen graszoden steken op de door een beëdigde persoon aangewezen plaats. Boete anderhalve goudgulden.
  104. Wie van verboden terrein graszoden afvoert krijgt een boete van twee goudgulden en inbeslagname van de graszoden.
  105. Wie beweert geen gebruik te maken van de Peel maar dat toch doet zal de lasten moeten dragen zoals alle anderen, gehuwd of ongehuwd, met of zonder huishouden.
  106. Men mag op de gemeente alleen leem afgraven voor eigen behoefte. Boete zes gulden.
  107. Wie onder ede staat en door de vorster wordt opgeroepen voor een vergadering en niet verschijnt krijgt een boete van een halve ton bier.
  108. Iedereen die verplicht is om wacht te lopen maar dat niet doet moet een boete van dertig stuivers aan de heer betalen.
  109. Iedereen die bij lijders aan de pest verblijft mag zes weken lang zijn erf niet verlaten. Boete achttien gulden.
  110. Mannen of vrouwen die het huis van een aan een besmettelijke ziekte overleden persoon in het dorp of daarbuiten gaan schoonmaken, mogen zich niet bij anderen ophouden. Boete twaalf gulden.
  111. Hetzelfde geldt voor bezoekers van huizen van pestlijders. Boete twaalf gulden.
  112. De gemeente tussen het dorp Vreekwijk en de Kleine Bottel mag niet gebruikt worden. Boete drie Bossche ponden.
  113. Hetzelfde geldt voor de gemeente tussen het erf van Jan de Leeuw en de hoek van de Blaeckt. Boete drie Bossche ponden.
  114. De heer verbiedt dat men binnen Deurne op plechtige zondagen of op als zondag gevierde heiligendagen met de kar naar de molen of elders gaat. Boete een gulden.
  115. Iedereen aan wie is opgedragen om op zijn maetplack of putte (?) te komen en niet verschijnt, krijgt een boete van zeven stuivers.
  116. Niemand van buiten de heerlijkheid Deurne mag hier graszoden steken. Boete achttien stuivers.
  117. Niemand mag zijn akker binnen vijf voet van het karrenspoor bezaaien. Boete drie en een halve pond.
  118. Particulieren of gehuchten mogen zonder algemene toestemming geen gemeente weggeven aan anderen op een boete van zeven goudguldens.
  119. Allen die naar elders verhuizen zonder hun belastingen te hebben betaald krijgen een boete van drie gulden.
  120. Alle bakkers, brouwers, slagers en verkopers van vetwaren moeten hun brood bakken zo zwaar bakken en leveren tegen de prijs als op de markt van Helmond geldt, gewogen met het gewicht van de Bossche maten, geijkt met het teken van de bosboom. Bij overtreding worden zowel de gebruikte gewichten als de goederen in beslag genomen en een boete van een goudgulden ten behoeve van de heer. De herbergiers mogen het bier niet duurder verkopen dan voor een stuiver op boete van inbeslagname van het bier door de heer.
  121. Azijn en olie moeten verkocht worden naar de eenheidsprijzen zoals die in Helmond gelden.
  122. Door de heer wordt verboden dat de bakkers het tarwebrood zullen bakken ongebraeckt als ook deure ende dese garnisoenen. Boete inbeslagname van het brood en twee Bossche ponden.
  123. Het is vanouds verboden om op plechtige zondagen of heiligendagen tijdens de misviering of tijdens de preek bier of andere dranken te tappen of te verkopen. Zowel de drinker als de tapper moet zijn bovenkleding afstaan of drie gulden boete betalen.
  124. Door de wet en de gemeente is bepaald dat voortaan niemand zijn turf met paard en wagen mag afvoeren over het Arenbroek te Liessel. Boete 25 stuivers.
  125. De belastingontvanger moet zijn geld na ontvangst binnen 14 dagen of twee gerechtsdagen afdragen. Boete 25 gulden.
  126. Niemand mag binnen de heerlijkheid Deurne bijenkorven van buiten Deurne plaatsen. Boete zes gulden.
  127. De belastingontvangers mogen na zes weken geen wijzigingen aanbrengen in het belastingboek zonder toestemming van de gezamenlijke schepenen. Boete 25 gulden.
  128. Na rijp beraad van de schepenen, Heilige Geestmeesters, kerkmeesters en ingezeten van Deurne is in het voordeel en tot behoud van de kerk eendrachtig bepaald dat iedereen die steenovens wil bakken voor ieder mond (=18.000 stenen) vooraf aan de kerkmeesters twee gulden moet betalen. Boete twee gulden en inbeslagname van de steenovens.
  129. Van de boete komt de helft ten goede aan de kerk van Deurne en de andere helft aan de heer.
  130. Zo ook moeten de pottenbakkers voor iedere oven drie stuivers betalen. Boete als voor.
  131. Ook is eenparig beslist dat het aan iedereen binnen Deurne, gehuwd of ongehuwd, die geen rundvee heeft en geen belasting betaalt, verboden is om turf te steken in de Peel, noch voor eigen behoefte, noch voor de verkoop. Boete 25 gulden.
  132. Een derde deel van de boete is voor de aanbrenger terwijl het overige en de in beslag genomen turf toekomt aan de heer. Als de bekeurde een knecht is die in opdracht van zijn meester turf steekt dan moet de meester de boete betalen.
  133. Op 17 maart 1628 is na rijp beraad met de regering en de ingezetenen bepaald dat oud-borgemeesters bij hun opvolgers niet meer rente in rekenen mogen brengen over het geld dat ze tegoed hebben dan tot één jaar na hun burgemeesterschap.
  134. Niemand mag maaien vanaf het Cobisven tot zover het groen is en zoals dat is afgepaald. Boete een goudgulden.
  135. Iedereen moet aan zijn peelveld op de Zoe de weg door de Peel aan beide zijden onderhouden, zoals dat vooraf door de schepenen is bepaald. Boete 25 gulden.
  136. Niemand mag hei maaien op Vreekwijk vanaf de schuur van Margaretha van den Berg tot de hoek van de Berkt, zoals dat is afgepaald. Boete een goudgulden.
  137. hetzelfde geldt vanaf genoemd schuur tot op de hoek van de hoeve bij de molen.
  138. De herbergiers mogen ruiters of soldaten geen kost, drank of onderdak bieden vooraleer ze daarover de borgemeesters of de bevoegden geraadpleegd hebben, zo niet dan wordt niets vergoed.
  139. Na rijp beraad is door de schout, schepenen, kerkmeesters, Heilige Geestmeesters en ingezetenen besloten dat als er op deze dag een borgemeester gekozen wordt waarvan naderhand blijkt dat hij wegens ongeleerdheid of na een ongeluk niet geschikt is om zijn ambt uit te oefenen of als die overlijdt de regering een of twee andere borgemeesters mag kiezen. De dan gekozene mag zich daartegen niet verzetten en moet zich gedragen alsof hij op 17 maart gekozen is.
  140. Als iemand uit angst om tot borgemeester gekozen te worden vóór de verkiezingsdag met zijn familie uit de heerlijkheid wil vertrekken dan mag de magistraat zo iemand ook eerder kiezen en moet hij zijn ambtsjaar vol maken op straffe van zestig gouden realen.
  141. Als iemand een onroerend goed huurt dan moet hij ook de turfvelden gebruiken die daarbij horen.
  142. Niemand mag niet-Deurnenaren, die niet bij hem in de kost zijn, in huis opnemen voordat die een borgstelling van tweehonderd gulden heeft gedaan. Degene die zich borg stelt moet onroerend goed in Deurne hebben. De vreemdeling of zijn kinderen mogen geen beroep doen op de armenzorg. De vreemdeling moet een bewijs van goed gedrag overleggen, geschreven door de pastoor van de vorige woonplaats. Boete 25 gulden.
  143. De herbergiers mogen soldaten niet laten logeren zonder toestemming van de officier of de borgemeesters. Ze mogen per soldaten overdag maximaal één pot bier tappen en 's avonds twee. Ze mogen het bier niet duurder verkopen dan voor een stuiver per pot.
  144. Vóór de feestdag van Sint-Jan moet er in ieder huishouden een vuurhaak en een goede ladder aanwezig zijn. Boete vijf stuivers.
  145. Voortaan moeten alle borgemeesters binnen acht jaar, gerekend vanaf de dag van hun aanstelling, definitieve rekening en verantwoording over hun borgemeestersjaar afleggen. Na die tijd mogen zij geen rechtszaken meer aanspannen of voortzetten.
  146. Op 17 maart 1633 is na rijp beraad en overleg tussen de schout, schepenen, Heilige Geestmeesters en kerkmeesters bepaald dat als iemand, die nog belasting schuldig is, de heerlijkheid verlaat, de nieuwe eigenaar van het goed door de borgemeesters mag worden aangesproken op die schuld.
  147. Men mag niet zodanig zand graven of verplaatsen dat daardoor de groei van (jonge) bomen belemmerd wordt. Boete een goudgulden,
  148. Het is verboden om meibomen te kappen of te kopen. Boete twee goudgulden.
  149. Niemand mag schieten of stenen gooien tegen het kerkgebouw. Boete drie gulden, waarvan de helft voor de heer en de helft voor degene die de overtreding meldt.
  150. Op de gemeente tussen de weg die uit het Goor komt en de Haageindseweg mag geen turf gestoken worden. Boete twee goudgulden.
  151. Op 17 maart 1643 is na rijp beraad door de heer en de magistraat van de heerlijkheid bepaald dat de borgemeesters ten last van de gemeente nooit meer dan 1000 gulden mogen lenen, tegen een redelijke rente en voor maximaal vier jaar, tenzij vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door de magistraat. Overtreden de borgemeesters deze regel dan moeten zij over het meedere de rente uit eigen zak betalen en kunnen zij die niet verhalen op de gemeente.
  152. Op 17 maart 1641 is na rijp beraad door de heer en de magistraat bepaald dat de borgemeesters van het door hun geleende geld maximaal gedurende drie jaar de rente over maximaal duizend gulden in rekening mogen brengen.
  153. Iemand van buiten Deurne die hier geen bezittingen heeft, mag zonder toestemming van de gemeentemeesters hier geen turf steken of laten steken. Boete vijf gulden.
  154. De gestoken turf wordt dan ook in beslag genomen, zo is bepaald op 17 maart 1642.
  155. Om belastingontduiking te voorkomen is door de magistraat en de regering van de heerlijkheid Deurne bepaald dat het ingezetenen, die belastingschuld hebben en naar elders willen verhuizen, verboden is om hun huis hier te verkopen, af te (laten) breken of naar buiten het dorp te verplaatsen. Boete tien gulden.
  156. Tenzij dat huis binnen Deurne wordt herbouwd. Bepaald op 17 maart 1642.
  157. Na rijp beraad is door de regering van de heerlijkheid Deurne bepaald dat dienstboden hun dienst pas kunnen opzeggen nadat ze een heel jaar hebben uitgediend. Boete zes gulden.
  158. Tenzij er wettige andere redenen zijn. Aldus bepaald op 17 maart 1642.
  159. De helft van de boete komt toe aan de heer en de andere helft aan degene die de meid of knecht in dienst genomen heeft. Aldus bepaald en afgelezen op 17 maart 1642.
  160. Voortaan mogen waarden of waardinnen geen soldaten drank of kost geven zonder toestemming van de schout, schepenen, borgemeesters of andere bevoegde personen. De soldaten moeten hun pas tonen. De soldaten mogen niet meer ontvangen dan hun door de wederzijde voorschriften toekomt. Wie geen pas heeft moet zonder meer vertrekken. Boete 25 carolusgulden.
  161. Niemand mag op minder dan anderhalve voet (circa veertig centimeter) van het erf van zijn buurman gebouwen plaatsen of bomen planten, tenzij die daarvoor toestemming geeft. Boete twee goudgulden. Bepaald op 17 maart 1647.
  162. Op 17 maart 1646 is na rijp beraad door schout, schepenen, borgemeesters, kerkmeesters, Heilige Geestmeesters en gemeentemeesters van Deurne eenparig besloten dat niemand vreemdelingen of vagebonden mag laten logeren, die hier niet geboren of in dienst zijn, man of vrouw, oud of jong, tenzij ze een wettige verklaring tonen omtrent hun gedrag. Boete twaalf carolusgulden.
  163. Deze verklaring moet vooraf aan de officier worden getoond.
  164. Op genoemde dag is tevens bepaald dat de pottenbakkers hun potovens zodanig moeten inrichten dat die onder een pannendak staan en dat bij eventuele brand de buren daarvan geen schade mogen lijden. Mocht dat toch het geval zijn dan moet de pottenbakker de schade vergoeden.
  165. Op 17 maart 1649 is door de regering van Deurne bepaald dat op de gemeente vanaf de hoek van de Helleman of nieuwe erve van Jenneke, de weduwe van Hendrik Jan Jacobs, tot aan de hoek of nieuwe erve van Peter Thonis Heesmans op het Kerkeind niet mag worden gemaaid. Boete een goudgulden.
  166. Als iemand door het huren van een goed ook een turfveld daarbij gekregen heeft en dat niet nodig heeft dan mag dat door de gemeente aan iemand anders worden uitgegeven, die het wel nodig heeft.
  167. Op 17 maart 1652 is na overleg door drossaard, schepenen en regenten van Deurne bepaald dat voortaan de borgemeesters maximaal vijfhonderd gulden mogen opnemen gedurende twee jaar tegen een redelijke rente, tenzij de regering anders bepaalt.
  168. Dit wetsartikel ontbreekt.
  169. Niemand mag van het eikenbos van de gemeente of van andere particulieren bomen kappen of takken snoeien. Boete een goudgulden.
  170. Het derde deel van de boete is voor degene die de overtreding meldt en het overige voor de officier.
  171. Op 17 maart 1654 is na voorafgaand overleg door de heer van Deurne, drossaard, schepenen en regenten van Deurne bepaald dat personen, die geen eigen vervoermiddel, paard of os hebben, hun turf uit de Peel mogen laten halen door vervoermiddelen of personen van buiten het dorp. Zo nodig moeten wel twee buren kunnen bevestigen dat ze de turf in Deurne hebben afgeladen. Boete zoals in het voorgaande artikel.
  172. Door de gezamenlijke regeerders is besloten dat het deel van de gemeente, zijnde grasland en kuilen, zoals dat door de gemeentemeesters is gemarkeerd, niet mag gebruikt. Boete een goudgulden.
  173. Op 17 maart 1657 is door drossaard, schepenen, Heilige Geestmeesters, kerkmeesters en gemeentemeesters van de heerlijkheid Deurne bepaald dat niemand turf mag steken of diepe gaten mag maken in de watersloten die aan de wegen liggen die de Peel ingaan. Boete een goudgulden aan de heer en beslaglegging op de gestoken turf.

Ik, Pieter van Bommel, voormalig drossaard en secretaris van de heerlijkheid Deurne, verklaar op verzoek van de heer van Deurne dat ik deze jaarkeuren gedurende negen jaar in voornoemde hoedanigheid heb bewaard, hetgeen niet in strijd was met de christelijke gereformeerde godsdienst, en jaarlijks op 17 maart in het gehucht Vreekwijk binnen Deurne heb gepubliceerd. Na lossing van de pandheerlijkheid heb ik dat keurboek overhandigd aan Rogier van Leefdael, de heer van genoemde heerlijkheid. Pieter van Bommel, 19 oktober 1662.


Op 27 maart 1665 wordt een kopie van het originele keurboek door Rogier van Leefdael aan de commissarissen van de raad en leenhof van Brabant overhandigd.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. RHCe Schepenbank Deurne en Liessel, 15e eeuw - 1810 toegang 13183 inv.nr. 167
  2. De Bossche roede was 5,75 meter. De weg moest dus 11,50 meter breed blijven.
  3. Met de officier wordt hier de drossaard of schout bedoeld.
  4. Een peter of petersgulden is de aanduiding voor een bepaalde geldwaarde.
  5. Onder gemeente wordt hier verstaan al het gemeenschappelijk grondgebied van de heerlijkheid, dus niet alleen de gemeenschappelijke peel, maar ook de gemeenschappelijke graasvelde, openbare wegen enz.
  6. De carolusgulden werd in 1521 door keizer Karel V ingevoerd.