U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Tot nader bericht geen woensdagochtendbijeenkomsten in het heemhuis.

Schepen

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een schepen had zowel bestuurlijke als rechterlijke bevoegdheden.


Schepenen spraken recht in gevallen van geschillen, grensscheidingen, schadeloosstelling enz. en maakten wetten voor de plaats. De mensen van toen zullen zich wel niet hebben kunnen voorstellen dat nu er in Nederland nog maar een paar rechtbanken zijn, terwijl toen elke heerlijkheid er één had! Het aantal van zeven schepenen stamt nog uit de tijd van Karel de Grote. Zij werden jaarlijks op 17 maart, op St. Geertruidendag aangesteld op het tussen Liessel en Deurne centraal gelegen Vreekwijk, mogelijk nabij de brandkuil en de vroegere Engstraat.

Op die dag trad het oude schepencollege en overige dorpsbestuurders en -ambtenaren af en werden de nieuwe benoemd. Ook werden de dorpswetten, de zogenaamde keuren en breuken, vastgelegd in het keurboek, voorgelezen ten overstaan van het volk.
Van de schepenen kwamen er lange tijd vijf uit de heerlijkheid Deurne en twee uit heerlijkheid Liessel. Ze werden benoemd door de heer, die geadviseerd werd door de drost. Dus diende de schepen zich wel te gedragen in de ogen van de drost, anders maakte hij een grote kans het jaar daarop niet herkozen te worden. Hieruit blijkt de grote macht van de drossaard.

De schepenen ontvingen geen loon. Het was een erebaantje. Wel konden zij hun verlette tijde en gemaakte onkosten onbeperkt declareren. Hieraan maakte heer van Deurne in 1653 een eind en bepaalde dat de schepenen 25 gulden per jaar declareren.

Na het einde van de Tachtigjarige Oorlog werd bij de politieke reformatie bepaald dat het schepencollege bij voorkeur uit gereformeerde schepenen moest bestaan. Het aanstellen van de protestantse schepenen had voor de eerste keer plaats op 17 maart 1649, daar het pas verplicht werd op 5 juni 1648, en dus toen de schepenen al aangesteld waren voor 1648. De heer van Deurne had echter niet voldoende rekening gehouden met dit feit, vonden de protestanten, omdat er ook nog enkele "paepsche" (= katholieke) schepenen waren. Ook de nieuwe heer van Deurne in 1649, Willem de la Margelle, had hen als zodanig gehandhaafd. In de jaren na 1649 waren er gemiddeld vier protestantse schepenen en drie "roomschen"

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Luuk Keunen - Deurne in de 17e en 18e eeuw- in D'n Uytbeyndel nr 32 (najaar 1995) pagina 9-20.