Welkom op DeurneWiki - de encyclopedie voor de gemeente Deurne

U kunt ons steunen door lid of vriend van Heemkundekring H.N. Ouwerling te worden.
Iedere woensdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in het heemhuis: Stationsstraat 73.

Theodorus Gerardus Antonius Hoogbergen (1926)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
(Doorverwezen vanaf Theo Hoogbergen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Theodorus Gerardus Antonius Hoogbergen
27.494.jpg
Persoonsinformatie
Volledige naam Theodorus Gerardus Antonius Hoogbergen
Roepnaam Theo
Geboorteplaats 's-Hertogenbosch
Geboortedatum 1926
Partner(s) Helena Wilhelmina Petronella van Hoof (1925)
Beroep(en) onderwijzer, leraar, schooldirecteur, rector
De 32-jarige directeur Hoogbergen op donderdag 15 oktober 1959 bij de officiële openingsplechtigheid van het Pius-XII college in de zaal van de belendende R.-K. Technische School (ambachtsschool) aan de Haspelweg.
Hoogbergen in sporttenue bij de prijsuitreiking na een sportdag van het Pius XII-college op het sportterrein aan de Molenstraat
Hoogbergen ontvangt in 1983 de zilveren legpenning van de gemeente Deurne uit handen van burgemeester Van Genabeek

Theodorus Gerardus Antonius (Theo) Hoogbergen (1926) was vanaf de oprichting tot 1983 directeur van het Pius XII-college, later hernoemd naar Peellandcollege.


Familie en gezin[bewerken]

Theo is een zoon van Anthonius Gerardus Joseph Hoogbergen (Utrecht 1897-1970 's-Hertogenbosch) en Johanna Elisabeth van Schaik (Utrecht 1898-1992).

Hij huwde op 27 augustus 1952 in Tilburg met Helena Wilhelmina Petronella van Hoof, (Tilburg 11 december 1925), dochter van Henricus Johannes Franciscus van Hoof (Tilburg 1899-1975) en Catharina Johanna Maria Spijkers (Tilburg 1898-1971).

Uit dit huwelijk werd onder andere geboren:

  1. Frank, (Veghel 5 december 1955 - 4 december 1992). Hij huwde met Vera Kramer.
  2. Maria,

Onderwijscarrière[bewerken]

Theo Hoogbergen was na het volgen van een éénjarige cursus in 1947 gedurende drie jaar van 1948 tot 1951 onderwijzer. Na het behalen van de mo A- en mo B-akte Nederlands was hij van 1951 tot 1959 leraar Nederlands aan het Zwijsencollege te Veghel. Daarnaast gaf hij achtereenvolgens ook les aan het Elzendaalcollege te Boxmeer van 1951 tot 1952, het Dr. Mollercollege te Waalwijk van 1952 tot 1954, de Academie voor kunst en Vormgeving te ’s-Hertogenbosch in 1955. Van 1955 tot 1961 was hij directeur-leraar aan de middelbare handelsavondschool te Veghel.

Hij haalde zijn kandidaatsexamen Nederlands-geschiedenis aan de katholieke universiteit te Nijmegen in de periode 1956-1958, waar hij één dag per week colleges ontving van L.C. Michels, Anton van Duinkerken, L.J. Rogier, R.R. Post en muziekcolleges van Hendrik Andriessen.

In 1959 volgde zijn benoeming als directeur van de r.-k. hbs voor jongens die gevestigd werd in het noodlokalencomplex aan de Pastoor Jacobsstraat in Deurne. Na verhuizing en naamswijziging van de school in 1969 werd hij rector van het Peellandcollege, een functie die hij tot 1983 vervulde.
Van 1961 tot 1975 was hij directeur-leraar van de middelbare handelsavondschool Deurne.
Hij leidde in Deurne van 1963 tot 1968 het Peellandcollege als een van de zeven landelijke experimenteerscholen in het kader van de Mammoetwet.
Van 1962 tot 1966 was hij buitenuniversitair lid van de hogeschoolraad van de Technische Universiteit Eindhoven.
In 1965 maakte hij met vier collega's een vijf maanden durende onderwijskundige reis naar Amerika, Michigan en Californië, ter bestudering van Guidance en counselling op highschools. Dit leidde in 1966 tot de publicatie van De Amerikaanse Highschool.
Van 1975 tot 1977 was hij de eerste, democratisch gekozen, voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) in Nederland.
In 1977 was hij voorzitter van de staatscommissie Onderwijskundige Aspecten Scholenbouw.
Van 1977 tot 1980 was hij lid van de commissie Ongedeeld VWO.
In 1983 werd hij op verzoek van minister W. Deetman benoemd tot fulltime-voorzitter van de Adviescommissie Voortgezet Onderwijs, tweede fase (ARVO II), een functie die hij tot 1990 bekleedde.
In 1987 zat hij, samen met onder anderen Pim Fortuijn, in de commissie Nieuw Rotterdam - een opdracht voor alle Rotterdammers, onder voorzitterschap van prof. W. Albeda. In 1990 ging hij met pensioen na 42 jaar werkzaam te zijn geweest in onderwijs.

Promotie[bewerken]

In 1991 promoveerde hij aan de katholieke universiteit van Tilburg op de dissertatie: Geestdrift en bevlogenheid, de geschiedenis van vijfenzeventig jaar Ons Middelbaar Onderwijs (OMO).

Publicaties[bewerken]

  • Hoogbergen publiceerde tientallen artikelen over onderwijs in verscheidene lerarenbladen, De Volkskrant, NRC-handelsblad en Omologie, een tijdschrift voor alle leraren van OMO-scholen, dat door hem, samen met dr. Leo Joosten, in 1968 werd gesticht en tot 1983 verscheen.
  • Hij was redacteur en columnist in de tijdschriften School en Didaktief van 1973 tot 1990.
  • Hij leverde een bijdrage aan het Rapport Nieuw Rotterdam (1987) van de commissie Albeda-Fortuyn met hoofdstuk 7, Kennis de motor van onze economie, pag. 55-69.
  • Hij werkte mee aan de onderwijs-paragrafen van de in 1996-1997 verschenen driedelige Geschiedenis van Noord-Brabant 1796-1996 onder eindredactie van H.F.J.M. van den Eerenbeemt.
  • Brabant beschouwd en beschreven, samenvatting 112 studies (1995).
  • Brabantse Monumenten (1996).
  • Hendrik Wiegersma 1891-1969, medicus-pictor (1997).
  • De Muntel I, Een nieuw land van belofte (1921-2001) (2002).
  • 'Thema vol variaties' - muziekleven in ’s-Hertogenbosch (2002).
  • Kloosters en religieus leven (2002).
  • Hendrik de Laat, met de tekenstift geboren, een Bossche kunstenaar 1900-1980 (2004).
  • Marius de Leeuw, 1915-2000, over leven en werk (2005).
  • Huis vol symboliek, Nicolaaskerk, Helvoirt (2008).
  • Hakkie van Rosmalen, een gedreven kunstenaar 1923-2001 (2009).
  • De Geheime Boodschap van Jeroen Bosch, bewerking tekst Dick Heesen (2010).

Overige activiteiten[bewerken]

  • Hij was de bedenker van het Deurne-achrosticon Dit is een vaste plek dat na de grootscheepse verbouwing van het gemeentehuis in 1986 onthuld werd.
  • Hij schreef het gedicht Dit teken, opgericht, een jambisch tweeregelig vers, dat bovenin de vijf kolommen van het Herdenkingsmonument Liessel is te lezen.
  • Rond 1991 was hij voorzitter van Vrienden van De Wieger.
  • Hij was vicevoorzitter van de ‘Visitatiecommissie, Wim Crouwel’, zestien Academies voor Beeldende Kunst en Vormgeving in Nederland, (1994-1996).
  • Hij zette een cursus op voor amanueses aan THU (1966).
  • Hij ontwierp een gidsencursus ‘s-Hertogenbosch en was gids van de Sint-Jan.
  • Hij is cantor honoris causa, na tien jaar actief lid van de Schola van 1992 tot 2002.
  • Hij is boekrecensent sinds 1954 van Biblion (eerder IDIL).
  • Hij was docent Boschlogie van 1994 tot 2012 betreffende de onderwerpen onderwijs en kloosters.
  • Hij geeft lezingen al of niet met powerpoint in stad en ommelanden over de onderwerpen Marius de Leeuw, onderwijs en kloosters.

Onderscheidingen[bewerken]