U steunt de heemkundekring door lid of vriend te worden.
Op maandag- en woensdagochtend ontvangen we alleen op afspraak en onder voorwaarden bezoek in het heemhuis. Dinsdagavond gesloten.

Jacob Cornelis van de Blocquerij (1841-1923)

Uit DeurneWiki, de historische encyclopedie voor groot-Deurne.
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jacob Cornelis van de Blocquerij
Persoonsinformatie
Volledige naam Jacob Cornelis van de Blocquerij
Geboorteplaats Hoorn
Geboortedatum 18 februari 1841
Overl.plaats Oosterbeek
Overl.datum 8 september 1923
Partner(s) Gertrude Petronie Charlotte Madelaine Aimée van Musschenbroek (1840-1899)
Beroep(en) directeur

Jacob Cornelis van de Blocquerij (1841-1923) was van 1892 tot 1906 directeur van Maatschappij Helenaveen.


Jacob was het oudste kind uit het gezin van de adjunct-controleur Jacob Cornelis van de Blocquerij (Doesburg 1819-1889 Haarlem) en Agathe Marie Françoise Beijerinck (Nijmegen 1818-1872 Haarlem).

Hij huwde op 20 mei 1868 te Bennebroek met Gertrude Petronie Charlotte Madelaine Aimée van Musschenbroek, (Alphen 19 april 1840 - Helenaveen 12 maart 1899), dochter van Jan Willem van Musschenbroek (Utrecht 1802-1878 Haarlem) en Anne de Meij van Streefkerk (Leiden 1801-1873 Haarlem).

Hij kwam op 21 augustus 1892 van Geldermalsen en vestigde zich op het adres Helenaveen D.170. Hij was de opvolger van Gerrit Bosch (1840-1925).

Na zijn vertrek naar Hoorn op 2 juli 1906 werd Jacob weer opgevolgd door Adrianus Bos (1874-1931).

Zijn vrouw werd begraven op de protestantse begraafplaats in Helenaveen.

Testament[bewerken | brontekst bewerken]

Op 6 februari 1899, ruim een maand voor het overlijden van zijn vrouw, overhandigde hij zijn eigenhandig geschreven testament aan notaris Van Riet. Daarin verklaarde hij zijn vrouw als algehele erfgename. Maar ook legde hij daarin een aantal opmerkelijke legaten vast. Zo kreeg zijn petekind Jacob Geert Jansen, de zoon van Jacobus Jansen, koetsier bij de maatschappij, en Jannetje van Rees een som van duizend gulden tegemoet zien. Zijn petekind Jacoba Ferguson, de dochter van Bernard Ferguson, militair apotheker in Indië, en Clemence Zuijderhoff kreeg ook duizend gulden. Zijn nicht Gertrude Diederika Zuijderhoff, echtgenote van Louis Ferguson, officier in het Indisch Leger, kreeg tweeduizend gulden. Zijn dienstbode Hester Hermina van Rees, kreeg ter beloning van haar toen al zestien jaar geleverde diensten en haar grote toewijding aan zijn vrouw, maar liefst drieduizend gulden en een levenslang maandgeld van vijfentwintig gulden. Ook zijn koetsier Jacobus Janssen of diens erfgenamen werden niet vergeten met vijftienhonderd gulden. Tenslotte kreeg zijn zuster Maria Lucia, de echtgenote van Cornlis Romeijn, directeur van het Rijkspostkantoor te Oldenzaal, het grote photografisch portret van wijlen mijn vader J.C.van de Blocqereij. Al deze legaten moesten vrij van successierechten en worden uitgekeerd.

De familieportretten met betrekking tot de geslachten van de Blocqereij en van Wickevaart Crommelin legateerde hij aan de het Westfries Museum te Hoorn, met uitzondering van de beide dubbele portretten geschilderd door Nicolaas Maes, die naar het Rijksmuseum in Amsterdam vermaakt werden.

Over zijn laatste rustplaats bepaalde hij in zijn testament het volgende:

Voorts verlang ik dat te Helenaveen uit mijn nalatenschap wordt aangekocht - indien daarvoor niet reeds gezorgd mocht zijn - een plekje grond op de nieuwe begraafplaats aldaar, dat daarop wordt gemetseld een eenvoudige grafkelder, gedekt met hardstenen zerk, waarin mijn naam te beitelen. Het is daarin dat ik verlang te rusten naast mijn vrouw. Voor het onderhoud van dit graf verlang ik, dat op de Grootboeken der Ned. Werk. Schuld zal worden vastgezet een som van f. 1.500,-- ten name van de Protestantsche Kerk te Helenaveen, met de opdracht en de verplichting om uit de renten dezer som het hierbij bedoelde graf te onderhouden in behoorlijke staat.